19 juli, 2026

Gebruik 's ochtends nooit de wc van de camping!!


Dit is de tweede en tevens laatste keer dat we hier staan.
De plaats waar ik om had moeten bedelen is fijn. De locatie, met uitzicht op het kasteel van Bamburgh, is geweldig.

Echter het weggetje dat naar de camping leidt is rampzalig: onverhard met gaten (potholes genaamd). Her en der is er was lapwerk verricht, maar zowel auto als caravan kreunen wanneer we er rijden.
Je kunt alleen voor of achteruit, uitwijken is onmogelijk - dus tegenliggers…….

Ook de ontvangst is allesbehalve gastvrij.
Sterker nog: er is niemand.
Je moet het weten: er hangt een papier met namen en plaatsnummers in het schuurtje.

Als je zelf niet op zoek gaat naar de eigenares/boerin, dan kun je hier zomaar veertien dagen staan zonder dat ze een woord met je gewisseld heeft..
Maar ze komen wel cashen als je nog niet per bank hebt betaald (zoals wij), wat de Britten natuurlijk vooraf wel doen.

Wat er aan het eind van de (zater)dag gebeurde was echt the bloody limit.
Voor het hek stond een auto met caravan. De mensen liepen het erf op maar konden niemand vinden.
"Laat ik ze dan maar ontvangen," zei ik tegen manlief terwijl ik mijn jack aantrok.

Ik deed het hek open en wilde gaan uitleggen waar ze hun plaats konden vinden.
"Are we in the right place," vroeg de vrouw. Ze noemde de naam van de camping en had duidelijk iets anders verwacht.
"Yes this is the campsite and this is the way they welcome you," zei ik.

Toen de man de caravan naar binnen wilde rijden kwam de oude eigenares naar buiten, mijn naam roepend.
Geen sorry. Geen excuus. Geen dankjewel.
Alleen: "We were just having our tea." (avondeten)

Ze heeft de mensen, die een lange reis vanuit Norfolk achter de kiezen hadden en geschrokken waren van het weggetje hiernaartoe, hun plaats gewezen.
Maar niets uitgelegd.

Dus toen de man met een jerrycan zoekend over het terrein liep heeft manlief hem uitgelegd waar het waterpunt is. Ik heb de vrouw het sanitair laten zien en waar het chemisch toilet geleegd moet worden.
Te gek voor woorden.

Ik laat trouwens, wel van me horen. Vooral om dingen te melden.
Schapen (die in voortenten poepen) op de camping, haar honden op de camping (Staffordshire), kinderen (onder de tien) op elektrische steps en squads op de camping.......

De boerin bij wie wij boekten woont sinds kort in de stad (Alnwick). Haar dochter met kinderen is in het huis getrokken.
Het is er een gigantische puinhoop en de kinderen kan ze niet aan.

Zo kwam een van haar zoontjes vanmorgen naar buiten met een pannenkoek die hij demonstratief tegen de muur wreef en in zijn mond stak.
Niet helemaal normaal.
Toch??

Tot nu toe zijn er geen kinderen. De scholen gaan hier langer door dan in Nederland.
Wel tel ik zes honden.

Voor de camper tegenover ons hebben twee dwergteckels met obesitas een lui leven. Ze slapen in zitzakken.
Hun vrouwtje beschouwt het campingveldje als uitlaatplaats.

Ze pakt wel keurig de drollen op en kijkt dan schichtig om zich heen. Of voelt ze zich betrapt?
Haar hondjes krijgen niet de ruimte die wij Jacky gunnen (zie verder in de blog).


Om acht uur op zaterdag in de vakantie opstaan?
Ja!
En er zijn geen kippen of haan die ons wekken.

Ik denk dat het ons onderbewustzijn is.
Het veldje met acht plaatsen staat dit weekend vol.

Dat betekent dat zestien mensen gebruik van één douche en één wc maken.
Nu zijn er die 's avonds douchen en dan 's ochtends wat poedelen bij hun eigen wastafel.


↑Maar wij zijn ochtend douchers. En soms pak ik er een avondsessie bij.
Dus, we waren vanmorgen als eersten bij -en onder de douche. Manlief scheert zich eerst in de caravan en loopt dan met een slagroom toet naar het schuurtje. 

De douche is groot. Het water is warm, maar er komt een lamlendig straaltje uit.
Wij hebben badslippers aan.

↓En hier komt het douchewater in uit.


De wc vermijden we tot later op de dag - in de hoop dat hij schoongemaakt wordt.

Maar dat schoonmaken gaat niet verder dan de wc-bril.
Wat u in de vensterbank ziet zat er vorig jaar ook.


↑Dit is de (af)wasbak. Er is geen warm water. Daar fungeert de zwarte waterkoker voor.
Ik kan daarmee leven.

Wie durft mij nu nog een luxe tante te noemen??????

Na het ontbijt en de "waterwerken" (zo noemt manlief de afwas, het handwasje, water bijvullen, vuil water weggooien, wc legen) gingen we naar het strand.

Vanwege het weer was het nog erg rustig.
Heerlijk voor Jacky en voor ons.
En wat een schitterende belichting.


↕Dezelfde foto, maar één onbewerkt en één door AI bewerkt.


Terug naar de camping.


In Seahouses (10 minuten rijden) deed ik boodschappen.
Eerst naar de slager voor boeuf (morgen à bourgignon).


↑Ik zou ook in Nederland ook graag willen weten waar het vlees vandaan komt.


↑Oma Rotterdam bakte op zaterdagavond (als ik bij hen als klein meisje televisie had gekeken) ook bloedworst met appeltjes. Heerlijk vond ik het.

↓Biscuits voor honden??


↑De drukke winkelstraat van Seahouses, met rechts Coop.
Mijn tas was te zwaar en de auto stond te ver weg. De kar met boodschappen werd naar een achteruitgang gereden waar we het met de auto op mochten halen.
Zo lief en klantvriendelijk.

Daarna gingen we op zoek naar andere campings. We hebben er een paar gevonden die heel wat meer comfort bieden dan we nu hebben.
En ze zijn schoon!!!

Wellicht volgend jaar - Deo Volente.
Dat is passende afsluiting van zondags blog - nietwaar?
*****

18 juli, 2026

Van de vrolijke heuvel naar het tranendal


Het had een feestmaal moeten zijn en zo werd het ook ontvangen. Helaas moest manlief het later bezuren, letterlijk en figuurlijk.
Zijn ogen willen wat zijn maag niet verdraagt.

Dus was het ontbijt vanmorgen een toastje met slappe thee.

Ook vandaag begon fris (15℃). Uitstekend weer voor een stevige wandeling.
Als ik alleen met de auto op pad wil komt er protest. Dan is manlief bang dat mij iets overkomt.
Maar wandelen moedigt hij aan. En ik kon gerust Jacky meenemen.

Iedereen op deze camping loopt op en neer naar Bamburgh.
Heen leek mij voor Jacky voldoende (een uur had de boerin gezegd). Easy peasy.


Er was een goed begaanbaar pad: dwars door de velden, over landerijen, langs het wuivend graan. 


↑Een laatste glimp van de camping en een eerste van het kasteel↓.


Jacky bleef dapper en vrolijk voor me uit lopen.


Ik bleef optimistisch selfies maken en onderhield via Signal contact met manlief.
"Getting closer."
"Kan ik al die kant op komen?"
 
Toen raakte ik lichtelijk in paniek.
Telkens wanneer ik dacht bij de weg te komen boog het graspad weer af naar links - weg van het kasteel.


↓Jacky voelde het feilloos aan en nam een pauze.
Ik gaf haar de tijd om even bij te komen, niet wetende dat we het ergste deel nog moesten krijgen.
Aan google maps had ik 0.0.


Het werd me duidelijk dat ik fout was gelopen, maar teruggaan was geen optie. Dat kon Jacky niet aan.


Het pad was geen pad meer maar een spoor van gemaaid gras dat door de droogte in een hoogpolig stro tapijt was veranderd.
Jacky verdween er bijna in en het deed pijn aan haar pootjes.

Ook ik had er moeite mee. Door de lange slierten was het gevaar te vallen groot en ik zag geen grond, dus verzwikking lag ook op de loer.


Ik nam Jacky in mijn armen en gebruikte mijn Nordic stick als een soort brancard. Zo ontlastte ik mijn rug en lag zij prettig. Ze verroerde zich niet.

Tijdens deze schuifelloop knuffelde ik haar kopje terwijl de tranen over mijn wangen liepen. 
Het kasteel was weer dichtbij, maar we bogen toch weer af.


↑Naast het onbegaanbare pad was een smalle strook waar ik haar door probeerde te leiden, maar daar stonden distels die prikken. Ja, dat weet ook Jacky. Ik probeerde ze voor haar plat te trappen. 

Hoe moesten we hier uit komen? In de wijde omtrek was er niemand te bekennen.
Dan krijgt dat prachtige landschap ineens iets bedreigends. Ook boven ons werd geen rekening met twee verdwaalde zielen gehouden. Donkere wolken pakten zich samen.

Maar ik kon niet harder en Jacky kon helemaal geen stap meer verzetten. Dus droeg ik haar weer een stuk.

Toen ik auto's naast de heg hoorde doemde er een sprankje hoop op.
Ik moest langs die heg blijven lopen en hopen op een opening.
Inmiddels waren we anderhalf uur onderweg.


Een hek!!
Met een hangslot!!
Mijn pogingen om over dat hek te klimmen mislukten. 

>>Voor gym had ik altijd een 6-. Dat het nog net een voldoende was had ik te danken aan volleybal en hockey.<<

Dat ik niet over dat hek kwam was 99% angst. Angst om te vallen. En dat schieten er doemscenario's door El's hoofd.
  
Ik maakte foto's en stuurde ze naar manlief.
"Ik ga je vinden," gaf me hoop.
Ook realiseerde ik me dat ik van geluk mocht spreken dat ik bereik had.

En toen kwam er een fietser langs. Zo'n racer waar ik als automobilest altijd op mopper.
Een gespierde kanjer met zo'n dure sportbril op een professionele racefiets.
Hij was snel, maar hij hoorde mijn schreeuw en kwam terug. Dat het geen hondenman was merkte ik meteen.
Ik wilde Jacky over het hek aan hem geven, maar hij aarzelde. Misschien ook wel begrijpelijk.

Dankzij mijn smekende ogen en de dankbare likjes van Jacky pakte hij haar aan.
"I never had a dog in my arms," zei hij.
"She loves people - not dogs." En daar was geen woord van gelogen.

Toen was hij mijn beurt. Ik schaamde me, maar zette toch door. Met zijn hulp en aanwijzingen kwam ook ik in de bewoonde wereld terug.
"I can't help you without touching you," zei hij voordat hij mijn armen en benen tegenhield. Dat hij daar überhaupt aan dacht vond ik aandoenlijk.

Toen stapte hij op zijn racefiets en demarreerde weg - gevolgd door talrijke lofuitingen en bedankjes.

Met Jacky liep ik langs de weg naar Bamburgh.
Nog geen twee minuten later hoorde ik getoeter. Manlief had me gevonden!!

Zijn maag was van streek, maar zijn hoofd was goed op streek.
Hij had een speciaal weggetje vanaf de camping bedacht en dat had goed uitgepakt.
Bingo.

De ontlading kwam toen ik de flikkerende koplanpen zag.
Wat heb ik gejankt en wat had Jacky een dorst.

Om wat tot rust te komen heb ik mijzelf op een enorm ijs getrakteerd. Een joekel van een hoorn met lemon curd -en passion fruit.
Zalig.

En Jacky?
Die kreeg het puntje.
******

16 juli, 2026

Hadrian's wall


We vertrokken met koel weer.
Volgens manlief kon het gaan miezeren. De thermometer wees 17℃ aan.


Het werd een lange heenrit van twee uur - dwars door het schone landschap van het grote Northumberland met indrukwekkende boerderijen.

De ruimte is verbazingwekkend.


Over ↓ dit soort wegen.


We bezochten twee Romeinse nederzettingen.
Eerst deze: Aesica oftewel Chesters Roman Fort.


Het werd warm en daar waren wij niet op gekleed.


Die Romeinen waren uitvinders. Zo ingenieus.



Onderweg zagen we veel stoere wandelaars. Niet iedereen loopt de 135 kilometer waar een geoefende loper zo'n vijf dagen over doet.


Voor manlief was zelfs het loopje naar boven te vermoeiend. Hij had de rit in de benen en zoals ik al schreef, we werden overvallen door de warmte.
Het scheelde minstens 10℃ met de camping.

Ik liep wel verder.


Qua landschap en uitzicht is dit het mooiste fort.


↓In de schaduw op een bank: op deze manier wachten is niet vervelend.

Het was half drie toen ik het toegangshek sloot.
De terugreis ging via de snelweg en Newcastle. 
Even na vieren waren we terug op de camping.
****