18 juli, 2026

Van de vrolijke heuvel naar het tranendal


Het had een feestmaal moeten zijn en zo werd het ook ontvangen. Helaas moest manlief het later bezuren, letterlijk en figuurlijk.
Zijn ogen willen wat zijn maag niet verdraagt.

Dus was het ontbijt vanmorgen een toastje met slappe thee.

Ook vandaag begon fris (15℃). Uitstekend weer voor een stevige wandeling.
Als ik alleen met de auto op pad wil komt er protest. Dan is manlief bang dat mij iets overkomt.
Maar wandelen moedigt hij aan. En ik kon gerust Jacky meenemen.

Iedereen op deze camping loopt op en neer naar Bamburgh.
Heen leek mij voor Jacky voldoende (een uur had de boerin gezegd). Easy peasy.


Er was een goed begaanbaar pad: dwars door de velden, over landerijen, langs het wuivend graan. 


↑Een laatste glimp van de camping en een eerste van het kasteel↓.


Jacky bleef dapper en vrolijk voor me uit lopen.


Ik bleef optimistisch selfies maken en onderhield via Signal contact met manlief.
"Getting closer."
"Kan ik al die kant op komen?"
 
Toen raakte ik lichtelijk in paniek.
Telkens wanneer ik dacht bij de weg te komen boog het graspad weer af naar links - weg van het kasteel.


↓Jacky voelde het feilloos aan en nam een pauze.
Ik gaf haar de tijd om even bij te komen, niet wetende dat we het ergste deel nog moesten krijgen.
Aan google maps had ik 0.0.


Het werd me duidelijk dat ik fout was gelopen, maar teruggaan was geen optie. Dat kon Jacky niet aan.


Het pad was geen pad meer maar een spoor van gemaaid gras dat door de droogte in een hoogpolig stro tapijt was veranderd.
Jacky verdween er bijna in en het deed pijn aan haar pootjes.

Ook ik had er moeite mee. Door de lange slierten was het gevaar te vallen groot en ik zag geen grond, dus verzwikking lag ook op de loer.


Ik nam Jacky in mijn armen en gebruikte mijn Nordic stick als een soort brancard. Zo ontlastte ik mijn rug en lag zij prettig. Ze verroerde zich niet.

Tijdens deze schuifelloop knuffelde ik haar kopje terwijl de tranen over mijn wangen liepen. 
Het kasteel was weer dichtbij, maar we bogen toch weer af.


↑Naast het onbegaanbare pad was een smalle strook waar ik haar door probeerde te leiden, maar daar stonden distels die prikken. Ja, dat weet ook Jacky. Ik probeerde ze voor haar plat te trappen. 

Hoe moesten we hier uit komen? In de wijde omtrek was er niemand te bekennen.
Dan krijgt dat prachtige landschap ineens iets bedreigends. Ook boven ons werd geen rekening met twee verdwaalde zielen gehouden. Donkere wolken pakten zich samen.

Maar ik kon niet harder en Jacky kon helemaal geen stap meer verzetten. Dus droeg ik haar weer een stuk.

Toen ik auto's naast de heg hoorde doemde er een sprankje hoop op.
Ik moest langs die heg blijven lopen en hopen op een opening.
Inmiddels waren we anderhalf uur onderweg.


Een hek!!
Met een hangslot!!
Mijn pogingen om over dat hek te klimmen mislukten. 

>>Voor gym had ik altijd een 6-. Dat het nog net een voldoende was had ik te danken aan volleybal en hockey.<<

Dat ik niet over dat hek kwam was 99% angst. Angst om te vallen. En dat schieten er doemscenario's door El's hoofd.
  
Ik maakte foto's en stuurde ze naar manlief.
"Ik ga je vinden," gaf me hoop.
Ook realiseerde ik me dat ik van geluk mocht spreken dat ik bereik had.

En toen kwam er een fietser langs. Zo'n racer waar ik als automobilest altijd op mopper.
Een gespierde kanjer met zo'n dure sportbril op een professionele racefiets.
Hij was snel, maar hij hoorde mijn schreeuw en kwam terug. Dat het geen hondenman was merkte ik meteen.
Ik wilde Jacky over het hek aan hem geven, maar hij aarzelde. Misschien ook wel begrijpelijk.

Dankzij mijn smekende ogen en de dankbare likjes van Jacky pakte hij haar aan.
"I never had a dog in my arms," zei hij.
"She loves people - not dogs." En daar was geen woord van gelogen.

Toen was hij mijn beurt. Ik schaamde me, maar zette toch door. Met zijn hulp en aanwijzingen kwam ook ik in de bewoonde wereld terug.
"I can't help you without touching you," zei hij voordat hij mijn armen en benen tegenhield. Dat hij daar überhaupt aan dacht vond ik aandoenlijk.

Toen stapte hij op zijn racefiets en demarreerde weg - gevolgd door talrijke lofuitingen en bedankjes.

Met Jacky liep ik langs de weg naar Bamburgh.
Nog geen twee minuten later hoorde ik getoeter. Manlief had me gevonden!!

Zijn maag was van streek, maar zijn hoofd was goed op streek.
Hij had een speciaal weggetje vanaf de camping bedacht en dat had goed uitgepakt.
Bingo.

De ontlading kwam toen ik de flikkerende koplanpen zag.
Wat heb ik gejankt en wat had Jacky een dorst.

Om wat tot rust te komen heb ik mijzelf op een enorm ijs getrakteerd. Een joekel van een hoorn met lemon curd -en passion fruit.
Zalig.

En Jacky?
Die kreeg het puntje.
******

Geen opmerkingen: