26 mei, 2020

De dag waarop ik probeerde een leventje te redden



Stilte voor de Pnksterstorm.

Wij namen het er nog even van.
Van die rust dus. Hoewel we wel half bejaard Nederland op de fiets tegenkwamen.

↓(De kerk van) Tjerkgaast.


Ik wilde graag naar het verzetsmonument in Nijemirdum.
Dat was lastig te vinden en blijkbaar niemand in het dorp wist het ons uit te leggen, maar we hielden vol en vonden het ver weg in een weiland tegen het IJsselmeer aan.


De wandeling ernaartoe was in ieder geval de moeite waard - dat vond Jacky ook, die al haar energie liet gaan.

We liepen over het erf van de boer, waar 75 jaar geleden een legertruck met vijf gevangen genomen verzetsmannen op weg was naar de plek waar ze ter dood gebracht zouden worden.

Ik las het verslag van wat er die dag is gebeurd en kon niet geloven dat die boer niet geweten heeft wat er een paar honderd meter verderop gebeurde. 

Ook deze boer heeft een stuk land vrijgemaakt voor kampeerders.
Het ziet er keurig uit.


Er waren weliswaar geen inwoners van Gaasterland betrokken bij de zinloze en onmenselijke executie van vijf personen op vrijdag 6 april 1945 bij de Sânfearderhoek aan de IJsselmeerkust onder Nijemirdum. Het waren leden van Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) en van de Knokploeg (KP) uit IJlst en Sneek. Maar deze gruweldaad verdient alle Gaasterlandse eerbied, aandacht en blijvende herdenking. De beschrijving van het onrecht dat zo dichtbij kon gebeuren, moet een les voor de huidige en komende generaties zijn, zodat dit nooit weer kan plaatsvinden.
Op 4 mei 1950 heeft de Verzetsgroep Gaasterland een monument onthuld op de executieplek. Omringd door een hek zijn de namen van de slachtoffers op een zuil van witte natuursteen geplaatst. Het gedenkteken is gemaakt door steenhouwerij Eijgelaar uit Wolvega. Basisschool ‘De Stapstien’ uit Nijemirdum heeft in 1988 dit monument geadopteerd en houdt er jaarlijks in april met de schoolkinderen een herdenking.
Het was vrijdagmiddag 6 april 1945 en de bevrijding van het Duitse juk kwam steeds dichterbij. De bezettende macht werd steeds zenuwachtiger, omdat het besef steeds sterker werd dat de nederlaag op korte termijn onafwendbaar was. De vrees dat er slachtoffers zouden vallen in gevecht met de oprukkende geallieerden nam steeds meer toe. Ook was er angst voor de confrontatie met de ondergrondse leden van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. De Duitsers realiseerden zich dat de geallieerden hulp zullen krijgen van grimmige NBS leden, die gesteund zouden worden door een woedende burgerij. Nog meer angst was er voor de berechting die ging volgen als de beulen werden gepakt en berecht. Bang waren ze voor de gemartelde gevangenen die hun verhaal voor de rechter zullen doen.
Dit laatste was wellicht mede de aanleiding om - zonder enige vorm van proces - de executie van de vijf mannen op deze vrijdag 6 april 1945 te laten doorgaan.  Het was de Duitsers bekend dat er het laatste half jaar nogal wat wapens door de geallieerden in Noord-Nederland gedropt waren. Het was ook hun frustratie, omdat de wapenopslagplaatsen bij lange na niet zijn gevonden en zulks riep om wraak. Het werd Strobels wraak: dagenlang was de Sicherheitsdienst in Sneek in alle staten geweest. Bij zoekacties waren weliswaar wapens aangetroffen, maar uit de verhoren van verzetsmensen, die na verraad waren aangehouden, was gebleken dat rond het Sneekermeer nog meer belangrijke opslagplaatsen van illegaal schiettuig lagen. Bij een razzia was in het riet een woonscheepje gevonden. Even hadden de SD’ers gedacht eindelijk een mooie slag te slaan, maar de bewoner was verdwenen en de buit aan wapens bleef beperkt tot een stengun, een paar handgranaten en wat pistolen. Geen wapens? Dan maar gevangenen had de getergde Strobel besloten.
Er werden vier gevangenen uit de gevangenis gehaald in Sneek en zij werden naar het Duitse radarpeilstation Eisbär in Sondel gebracht. In Sondel zat ook Gerrit Vlietstra opgesloten, nadat hij op Goede Vrijdag 30 maart 1945 was opgepakt. De executiecommandant Max Reinhold Strobel vroeg in deze ‘Funkstelle‘ om een stille geschikte executieplaats. Hij wou “niet op de handen gekeken worden”.
Max Reinhold Strobel was geboren 15 juli 1912 in Oelnitz/Vogtland dichtbij de Tsjechische grens. Zijn geboortedatum werd ook vermeld als 15 juli 1913. Hij was al eerder in Gaasterland betrokken geweest bij een executie op 27 februari 1945 in Oudemirdum waar Jacob Wilbers en Johannes Wissink werden gedood. Een dag na dit drama in Nijemirdum gaf hij bij een inval in Makkum het bevel ‘Feuer’ waarbij zes NBS’ers werden gedood. Hier waren twee mensen niet direct overleden en Strobel schoot beiden nog een kogel door het hoofd. Begin 1942 was Strobel vanuit Gestapo Düsseldorf in Maastricht geplaatst en later naar Venlo. In Limburg heeft hij nog eens zeker 45 moorden gepleegd. Strobels plaatsvervanger, de SD’er Erich Elsholz, noemt hem later tijdens politieverhoren een “sadist zonder rechtsgevoel, achterbaks, vals en gewetenloos”. “Eentje die op eigen houtje moordde”, verklaart een ander. Strobel was klein (1,60 à 1,65 meter), rossig, had een “priemende blik” en een opvallend achteruitstekend zitvlak”. Als 20-jarige heeft hij zich bij de SS aangemeld. Hij stond bij vriend en vijand te boek als een uiterst fanatieke, gedreven nazi. “Hij zag zijn slachtoffers als echte vijanden van zijn land. Ze stonden de eindoverwinning in de weg”, aldus een SD ‘er. “Met zijn vrachtwagen reed hij “rücksichtslos” voor mens en dier door de straten”, zegt een volgende. ”Hij wilde aantonen dat hij de machtigste man van heel Limburg was”. Eind 1944 werd hij naar Sneek overgeplaatst omdat de geallieerden vanuit België oprukten en daardoor te dichtbij waren gekomen. In Friesland blijkt hij verantwoordelijk te zijn voor minstens 25 executies. Hij verrichtte zelf 37 standrechterlijke executies. Er staan 3500 arrestaties op zijn naam gedurende een verblijf van twee en een half jaar in Maastricht met behulp van twintig Duitse en twaalf Nederlandse medewerkers. Max Reinhold Strobel is bij de bevrijding over de Afsluitdijk gevlucht. Hier eindigt de terreur van Strobel en begint zijn mysterie. De Duitser weet als enige van de SD-ploeg uit Maastricht voor altijd in de mist te verdwijnen. De meeste SD ‘ers uit de ploeg van Strobel melden zich als Fallschirmjäger (parachutisten) voor krijgsgevangenschap bij de Canadese politie in IJmuiden. Strobel zelf weet zich onder een valse naam – Max Starke of Max Walther – als “onschuldige” parachutist te laten overbrengen naar een interneringskamp in het Duitse Norden. Daar wordt hij uit krijgsgevangenschap ontslagen. Ondanks naspeuringen is Strobel nooit gevonden. (Leeuwarder Courant 7 en 8 oktober 2016). Er is veel te doen geweest over zijn achternaam of dat nu Ströbel of Strobel was. De laatste bleek de juiste te zijn.

De Duitse ondercommandant wees de plek aan achter de hoge IJsselmeerdijk bij de Sânfearterhoeke onder de IJsselmeerkust bij Nijemirdum. Niemand zou op deze manier iets in de gaten hebben. Het terrein was voor de Sondeler soldaten als oefenbaan een bekende schietplaats, omdat daar wekelijks door de soldaten van het peilstation met geweren geoefend werd op het land van boer Jorritsma aan de Heaburgen. Bij de oefeningen werden luchtballonnen gebruikt waarop gericht kon worden. Niemand zou daarom de geluiden van de executie opmerken, omdat de geweerschoten bekend voorkwamen. De familie Jorritsma verklaarde later wel de legerauto te hebben gezien, maar had er verder geen aandacht aan geschonken. Het schieten hadden ze ook wel gehoord, maar ze dachten dat de Duitsers wel weer op eenden zouden schieten, want dat gebeurde vaker. Strobel en Nitsch hadden het vuurpeleton opgelegd dat ze zouden zwijgen over deze executie. Maar op op 18 oktober 1946 maakte Nitsch de executieplaats toch bekend tijdens een rechtbankzaak. .


↑Deze schapen vonden ons razend interessant. Toen er één zich richting omdraaide, volgden de andere.

↓Terug bij de auto liet Jacky zich het water goed smaken en plofte ze neer in de schaduw.


↕Ook in Oudemirdum kunnen ze niet wachten op de terrasgasten.


↕Nieuw voor ons: 9-holes golfbaan.


↕Mooi en gezellig Balk



Woudsend (tuintje VVV, waar ik een wandelkaart kocht)


We liepen terug naar de auto toen ik een schel getjilp hoor.
Een zwaluw fladderde van de ene kant van de straat naar de andere kant. Zenuwachtig.
Ze ging als een gek tekeer.
Ik begreep dat er een jong in de buurt moest zijn.

Een toen zag ik een kat die op de straat achter het jonge vogeltje aanzat, dat waarschijnlijk uit het nest was gevallen.
Moeder vloog boven de kat om hem af te leiden maar dat hielp niet.

Ik kon de natuur niet zijn gang laten gaan. Ik moest iets doen.
"Kssjt....weg jij."

Het jong schoot achter een bloemenbak en de kat werd nu door de moeder zwaluw en mij opgejaagd.....een parkeerplaats op.
Ik kon het grote hek sluiten. Hij kon niet weg.

Moeder zwaluw bleef op het dak kwetteren tegen de kat en ik ging op zoek naar het jonge vogeltje.


Er liepen mensen langs die niet wilden helpen.

"Ik raak nu geen dieren aan hoor!!!"

Ik belde lukraak bij een huis aan (manlief was allang bij de auto en vroeg zich waarschijnlijk af waar ik bleef). Een vriendelijke mevrouw deed open.

Ik vertelde wat er aan de hand was en vroeg of ze een bezem had zodat ik het vogeltje achter de bloempot weg kon halen. Later bedacht ik me dat ik om een handdoek of lap had moeten vragen zodat ik het had kunnen oppakken. Achteraf gepraat. Ik was in haast.


Ze kende de kat en was het met me eens dat het vogeltje in leven moest blijven.

Ik verschoof de zware bloempot een stukje en het jong fladderde naar een ander schuilplekje in een bloempot en daarna achter een struikje.

Moeder zwaluw, die al die tijd de kater had uitgekafferd en afgeleid hoorde blijkbaar dat haar jong bereikbaar was.

Ik moest het met pijn in mijn hart loslaten, maar terwijl ik dit zit te typen denk ik met angst aan die dappere moeder en haar jong. Het laat me niet los.


Geen opmerkingen: