03 december, 2009

Brokkenpiloot

**************************************
Dit stukje zit al vierentwintig uur in mijn hoofd. Maar door dat blije bericht van mijn uitgever moest ik het even uitstellen.

Ik verkeer namelijk al twee weken in pijn. Fysieke pijn.

Als hypochonder vind ik onderzoeken akelig omdat daar een diagnose uit voortvloeit. En de angst voor die diagnose heeft mij altijd in de greep.

Behandelingen daarentegen onderga ik gelaten.

Twintig jaar geleden werd er een resttonsil uit mijn keel gesneden.
Plaatselijke verdoving!
De naald in mijn keel was niet prettig - maar van een algehele narcose zou ik mij beroerder voelen, aldus de KNO-arts.
Het lapje vlees had niet misstaan op een gourmetschaal.

Ik heb de nodige ingrepen en operaties zonder morren ondergaan.
Nee, ik ben geen held - ik wil alleen zo snel mogelijk van mijn kwaal afgeholpen worden.
Helaas zit het mij de laatste tijd niet mee.

Mijn rechterschouder zat al twee maanden vast. 's Nachts werd ik wakker van de pijn.
Twee weken geleden constateerde de huisarts een slijmbeursontsteking. Er ging direct een injectie in.

Twee dagen later:
Ik was aan het koken en pakte iets uit een (op ooghoogte hangend) kastje. Het deurtje liet ik openstaan omdat ik er later nog iets uit wilde pakken.
Maar dat was ik na twee seconden alweer vergeten.
"El is in haar eigen wereld," noemen man en zoon dat.

Beng.
Au.
El was niet meer in haar eigen wereld.
P. hoorde de knal op grote afstand en snelde toe.
"IJszak op mijn kop," kreunde ik.
Mijn hersenen reageerden onmiddelijk op de temperatuurwisseling met een traansignaal naar de ogen.
Gevolg: paar dagen dizzy, hoofdpijn, een stijve nek en een korstje op mijn hoofd.

Dinsdag haalde ik mijn tweede Mexflu-prik.
Mijn huisarts had, vanwege de te verwachten toeloop, speciaal een prikster ingevlogen.

Er was niemand - de twee vaste assistenten zaten er voor spek en bonen bij. Maar de prikster had er zin in.
Tsjakka - daar vloog de naald mijn vetkussen binnen. Onderweg raakte hij een spier, een pees en vermoedelijk ook nog wat bot.
"Zo die zit," zei de medische dartster geniepig.

De weg naar huis legde ik vloekend - van de (snerpende) pijn - af. Ik dacht aan mijn 'artsende' moeder die dit ongetwijfeld een 'mishit' genoemd zou hebben.

Woensdag:
Ik wilde wat spullen voor Zeeland (waar ik 's avonds naartoe zou gaan) in de auto zetten.
Toen ik de lift uitstapte - ik was weer in mijn eigen wereld - struikelde ik. Met twee volle tassen in mijn handen kletterde ik met mijn hoofd tegen een voordeur - recht tegenover de lift.

Een geluk bij een ongeluk: door die tassen ving ik mijn val niet op met mijn polsen (die ik in februari al gebroken had).

Helemaal alleen in een gangetje op de achtste verdieping wist ik mij even geen raad. Als er mensen thuis geweest zouden zijn, dan waren ze zeker op de oorverdovende klap afgekomen.
Het bleef stil en ik krabbelde overeind. Ik weet niet hoe, maar ik heb de bagage in de auto gezet.

In de liftspiegel zag een ei op mijn voorhoofd verschijnen. Daar moest direct weer een icepack op, en Chi.

Ik wilde heel hard huilen, maar er was niemand om mij te troosten.
De angst voor mijn nek bleek gegrond, hoewel al snel duidelijk was dat mijn spieren een opdonder hadden gehad. En daar is Ibuprofen voor.

s' Avonds moest en zou ik toch naar Zeeland. Mijn bezorgde lief zwaaide me met grote tegenzin uit.

Vanmorgen had ik een afspraak in Middelburg - bij de tandarts...............................

voor een wortelkanaalbehandeling.
*************************************************************************************

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Dit zinnetje zegt eigenlijk alles: Ik wilde heel hard huilen, maar er was niemand om mij te troosten.

En je had nog zo beloofd dat je niet meer over de malleabklinkprik zou bloggen

Ellen ten Bruggencate zei

Nee, ik zou niet meer over de griep en de mediahype bloggen. Dit ging meer over de prikster.