28 oktober, 2008

Droomsels

**************************
In mijn eerste slaap is er nog niets aan de hand.
Tegen het ochtendgloren, zo om een uur of vijf, moet ik naar de wc. Daarna val ik weer als een blok in slaap.

En dan komen ze - die absurde, angstaanjagende dromen. Ze zijn gruwelijk, onnavolgbaar en een ware kwelling. Ik word bekaf wakker. Ze blijven bij me, soms de hele dag.

Af en toe val ik P. er 's morgens direct mee lastig. Ik moet het kwijt.
Maar er is geen touw aan vast te knopen, daarom laat ik de smerigste details vaak buiten beschouwing.

Of ik ben er van overtuigd dat er iemand in onze slaapkamer is. Dan sta ik zelf ineens voor het raam en begin te praten. Daar zijn verschillende illustraties van, maar ik pak de meest idiote.
- Ik schuifel door de slaapkamer, rond het bed. Aan manliefs kant kruip ik op de grond.
"Tssjt, ga weg, ga weg".
P. wordt wakker. "El, wat is er? Wat doe je?".
"Sst, er zit een leger onder het bed. Duizenden mannetjes met zwaarden".
"Nee El, er zit geen leger onder het bed".
"Jawel, er zit een leger onder het bed. Aan jouw kant, ik zie ze toch".
P. blijft dan rustig en kijkt - om mij een plezier te doen - onder het bed.
"Kom nou maar in bed, El. Ik zie ze echt niet".
Ik stribbel dan nog even tegen, maar kruip terug onder de wol en val meteen weer in slaap.

- Ooit heeft hij me om drie uur 's nachts uit de douche moeten halen.
"El wat doe je nou?"
"Opschieten P., we moeten weg".
"Nee, we hoeven helemaal niet weg".
"Jawel, we moeten weg".
"Nee schat, het is pas drie uur. We moeten slapen".
Hij moet dan heel voorzichtig mij onder die douche vandaan zien te halen.

Wat mijn dromen zo gruwelijk maakt, is dat het altijd over bekenden, vrienden en/of mijn geliefden gaat. Achtervolging, bedreiging, bloederige scènes en dodelijke ziektes. Het lijken visioenen.
Mijn ouders komen terug tot leven en terwijl ze door mijn huis lopen word ik wakker. Badend in het zweet en in de veronderstelling dat ze er inderdaad zijn, stap ik uit bed.

Het uitkomen van een droom is bizar. Nee angstaanjagend.

Ik droomde dat mijn neefje Lucas zich met een mes in zijn hand had gesneden.
Twee dagen later had ik mijn zusje aan de telefoon. We wisselden jonge-moeder-ervaringen uit. Aan het einde van het gesprek zei ze: "ik moet Lucas' pleister verwisselen".
"Wat is er dan", vroeg ik.
"Hij heeft zich met een schaar gesneden".

En zo zijn er nog meer voorvallen geweest, die ik (in een droom) al had meegemaakt. Dan werd ik uitgelachen. " Ja ja, leuk om dat achteraf te zeggen - ik heb het gedroomd".
Sindsdien vertel ik dromen die mij helder bijstaan.

En dat is de laatste maanden dus het geval. Meer dan mij lief is.
Dromen zijn bedrog. Dat kan wel waar wezen.
Het zijn ongewenste gasten - ze verstoren mijn nachtrust en maken mij bang.

Tenzij ze iets leuks te melden hebben; dan zijn ze welkom.

Geen opmerkingen: