05 januari, 2009

Martin Bril 2

Hij moet een loodzware beproeving doorstaan. Zowel fysiek als mentaal.
Bril is openhartig over zijn strijd tegen kanker. Een strijd die hij blijkbaar niet meer kan winnen.
Ik schreef een maand geleden al over Martin Bril toen hij na lange tijd weer in DWDD verscheen.
****
In Met het oog op Morgen praatte hij op 30 december met Mieke van der Weij onder andere vrijuit over "hoe moet het straks verder met de kinderen".

Maar ook in de Volkskrant spaart hij zijn lezers niet.

FEMKE EN MIJN HOOFD

Ik ben even kwijt of ze met z’n tweeen of met z’n drieen waren. Wat ze gingen doen, weet ik daarentegen nog heel goed. Ze gingen een stalen band om mijn hoofd zetten, een zogenaamde halo.

Waar doet dat woord aan denken?

Is het niet zo’n cirkel van heiligheid?

De dames die de halo gingen aanleggen, stonden onder leiding van ene Femke. Ik vind dat dat een prima naam voor een arts of een chirurg. Eng vind ik het pas als ene Wouter trots in een interview verklaart dat de kredietcrisis hem zijn gevoel van intuitie heeft terug gegeven. Zo’n gozer zal je maar aan je bed hebben staan. Met hem gaat het helemaal lekker, want het met de rest van de wererld gaat het goed klote. Je doet het maar durven zeggen eigenlijk.

Nee geef mij Femke maar.

Mijn Femke was blond en niet donker zoals die beroemde Femke die er tegenwoordig eerlijk voor uit durft te komen dat ze van mooie tassen houdt, en ze gaf leiding op een frisse, maar ook duidelijke manier. Ze droeg zo’n blauw operatieoverall ze wist precies wat ze wilde; de band exact symetrisch om mijn kop leggen, met twee bouten op het voorhoofd, en twee bouten achter de oren, eentje links, eentje rechts, en dan ook zodanig dat de oren een paar millimeter ruimte hadden, anders werd het wel een hele pijnlijke zaak.

Dat werd het sowieso.

Nadat Femke eindelijke de halo goed had liggen, kon het boren beginnen.“Boren?” vroeg ik terwijl ik naar de lampen boven de operatietafel staarde en me afvroeg waarom het zo koud was hier.

“Nou euh, we spuiten er een verdoving in en dan draaien we er schroeven achteraan. Dat is eitje. Maar die verdoving is geen eitje, dat is even doorbijten, oke?”
Je kunt op zo’n moment moeilijk zeggen dat we dus even niet gaan doorbijten, jammy, sorry, geen zin in, morgen misschien als er ene dokter Wouter op de rol stond om te operen.

“Kom-tie,” zei Femke, en daarvan kwam iets wat ik toch in de wonderlijke wereld van de anesthesie nog nooit had meegemaakt: een gillende prik. Dat wil zeggen: ik gilde, Femke prikte. “Goed zo kerel,” zei ze.

“Sorry,” zei ik. Wat ik precies allemaal aan vloeken, verwensingen en geile praat uitsloeg, herinnering ik me niet meer. Misschien weet Femke het nog, zij lijkt me een meisjes dat best wat hebben kan, zelfs op eerste kerstdag.

“Komt ie weer,” zei ze.

Omdat ik nu wist wat me te wachten stond, nam ik me voor de de zaken netjes te beleven. Femke prikte haar injectiespuit en begon te duwen. Ik liet alle beschaving overboord en brulde als een speenvarken. “Geeft niet kerel,” zei Femke toen ze klaar was. “Nu achter de oren, en daarna de schroeven.”

Daar ging ze weer.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik een zwak voor haar begon te krijgen. Zelf zou ik niet graag bij medemensen zulke helse pijnen veroorzaken, maar iemand die het met een hartverscheurende glimlach voor elkaar krijgt, ja, zo iemand heet met recht Femke – en dat is niet iemand die een kredietcrisis nodig heeft om dichter bij haar ware zelf ter komen. Gewoon een shot verdoving zetten en hupsakee.
Daar gingen we.

Herehemel!

“Achter het oor dat is echt een instinker he,” zei Femke. “Maar je het hebt het goed gedaan.” Ze pakte een doek en begon mijn gezicht af te wegen. “Al dat bloed,” zei ze, “dat moeten de mensen niet zien.” Daarna werd ik door twee Suriaamse zusters met kerstmutsten op naar mijn kamer gereden.

Ik lijd in bewondering met mijn favoriete columnist mee.

Geen opmerkingen: